Aan alles komt een (lang) einde...
Na definitief het Zuid-Amerikaanse continent te ontvluchten, kwamen we in onze propellor aan in ‘la Ciudad de Panama’. Net voor onze landing werden we nog getrakteerd op een nachtelijke overtocht van het Panama-kanaal dat ‘s nachts verdacht hard op een gigantische landingsbaan lijkt. Nadat we de vlieghaven ontvluchtten, vielen we bijna omver van de ‘hoge’ prijzen. Ons lange verblijf in het spotgoedkope Bolivië zal hier zeker iets mee te maken hebben gehad. Taxi, hostel, eten... alle prijzen konden met een factor drie vermenigvuldigd worden, terug met beide voetjes op de grond dus... De hoofdstad van Panama (met gelijknamige naam) heeft niet veel te bieden. De bijnaam ‘het Miami van Centraal-Amerika’ zegt alles. Veel te overdreven grote buildings (de ene al wat lelijker als de andere) domineren de skyline. Tussen deze kolossen manoeuvreren de nieuwste Amerikaanse supervoertuigen. Als je hier rijk bent, ben je echt decadent rijk en dit in een land waar armoede overheerst! Na een koppel decadente privéfeestjes verlieten we deze stad zonder ziel, om de parels van het land op te zoeken. Zo kwamen we terecht op het eiland Bocas del Toro. Dit gaf ons het gevoel van aan te komen ‘op’ een postkaart. Een waar paradijs voor het oog. Wuivende palmbomen hingen boven het helderblauwe Caraïbische water waarin zeesterren arm in arm laggen te zonnebaden. Als de dorst ons overviel, plukten we een kokosnoot van één van de palmeras en slurpten deze leeg. Ook het hostel (Heike) had iets paradijselijk. ’s Morgens gratis pannenkoeken met een koffieke en misschien wel het grappigste duo ooit (twee Ieren, ne roodharige natuurlijk en ne krollenbol). Volgens Carraïbische normen werd er elke avond stevig gefeest op allerlei constructies boven het water. Voor de vrouwen onder ons was dit al wat goedkoper wegens ladies-nights gedurende de hele week. Dit was echter ook in ons voordeel; gratis bediening door onze vrouwelijke medereizigsters... Een boottochtje langs de eilandenarchipel 'Bocas del Toro' bracht ons bij speelse dolfijnen, rode kikkertjes en kleurrijke riffen met zeer rare vissen die we al snorkelend bewonderden. De laatste nachten ruilden we ons bed in voor een hangmat net boven het heldere water. We probeerden nog snel te wakeboarden (op surfplanken) waarbij een aanraking met het water net iets minder zacht aanvoelde voor somige lichaamsdelen. Na een week in dit paradijs gingen we op zoek naar ‘la Pura Vida’ (=het echte leven) in Costa Rica. De Ticas (inwoners van Costa Rica) gebruiken de slogan ‘Pura Vida’ in zowat elke twee zinnen, waardoor wij na twee dagen Puerto Viejo deze zinsconstructie serieus verfoeide. (bv.: Weet je waar ik een pak chips kan vinden? – Nee, Pura Vida) Nadat we onze tent tussen de hangmatten van de Rocking J (hostel) hadden neergepoot en we kennis hadden gemaakt met onze medebewoners, begonnen we aan een potje kaarten, dat snel tot meerder potjes werd herleid. Enkele dagen later en wat pokergeld rijker werd de kaartenboek opgeborgen achter slot en grendel. Maxim besloot zijn haar hier voor de 2de maal deze reis te laten kortwieken. Hiervoor koos hij doelgericht een artisanaal meisje uit die de godganse dag met een schaar in haar handen zat te knutselen. Goed idee denk je dan, maar het resultaat was niet te best. Met een zure lach van de kortgewiekte kant en buldergelach van al de rest als gevolg. Vergelijk het met wat ze een ‘pispotcoupke’ of ‘ne-Glen-van-Get-Ready-snit’ noemen. Na wat herstelwerk van een tweede schoonheid durfde Wim het dan toch terug aan in de nabijheid van de Maxim te komen (zonder in tranen uit te barsten). Na twee dagen rondhangen en vooral kaarten in de superschone hostel bezet met 1001 mozaiekjes en voorzien van een slaapzaal met hangmatten, een boomhut en een strand met palmbomen (Maar met het slechtste personeel ooit) gingen we op zoek naar wat natuurschoon. Dit vonden we in het Parque Nacional Cahuita. Dit met hagelwitte stranden bedekt schiereilandje herbergt allerlei soorten apen, krabben, koaties en een schitterend (maar beschadigd door een aardbeving) rif. Tussen het genieten door vonden we afkoeling in de krachtige golven, mmm... Het was tevens hogen tijd om nog eens op een tweewieler te kruipen en dus huurden we daags nadien fietsen. Deze brachten ons door een groen regenwoud met hier en daar een luiaard of een tukan naar een baai met kleine, houten vissersbootjes en een playa negra (zwart strand). Na 25 keer elkaar bekampt te hebben in deze boksring van zwart zand en evenveel keer gewassen uit het lekker warme water te komen (het was intussen aan het tropisch onweren) besloten we terug te bollen. Na een week in de hangmatten naast onze tent te bivakeren en één te zijn geworden met Bob Marley (wegens repeat-afspeellijstjes in hoofdzaak bestaande uit deze rastaman die uit elke luidspreker van Puerto Viejo weerklonken), sleepten we onze rugzakken naar de andere kant van Costa Rica. Het Peninsula de Oso is de thuishaven van meer dan de helft van de diersoorten die in Costa Rica voorkomen en dus wij als biologen in wording, moesten hier zeker passeren. Eerst nog snel even een berg op crossen om een schoon overzicht van dit schiereiland te verkrijgen en vervolgens via boot en bus/truck naar het begin van onze trekking. De eerste nacht zonder succes zeeschildpadden (die aan land komen om eieren te leggen) proberen te spotten. Na een korte nachtrust volgden we het paadje enkele meters van de kustlijn, maar net ver genoeg in de jungle om op zoek te gaan naar onze eerste beestjes. Na een paar keer een vreemd gekrijs te horen, merkten we een stoet papegaaien (Scarlet Macaws) om ons heen (dankuweeeul Samson). Wat een bont kleurenpalet hebben die vogels toch... Enkele kilometers en rivieroversteken verder trapten we bijna op een slang en zagen we koaties, wilde zwijn-achtigen en leguanen. Aangekomen bij het tweede rangerstation (net een drugsbasis met bijhorende landingsbaan) probeerden we onze tent recht te zetten onder de verplichte verhoogde en met hout bekleede camping (niet gemakkelijk als je weet dat er minstens vier haringen nodig zijn om dit te verkrijgen). ’s Avonds nog snel effe krokodillen gaan spotten die bij vloed naar de riviermonding komen om hier zeevissen te vangen en dan op de veren (onder de veren zou veel te warm geweest zijn). De volgende dag planden we een tocht rond het rangerstation die ons wegens erbarmelijke kaartjes en vooral een domme fout ergens anders naar toe leidde. Onderweg botsten we op aapjes, krokodillen, supergrote fazanten, jesus-christ-hagedissen (coole reptielen die over water kunnen lopen) en een otter. Toen we ontdekten dat we goed fout zaten, overheerste er toch blijdschap; we hadden deze beestjes immers nog nooit gezien. In snelle gallop keerden we terug naar onze slaapplek die we bereikten net voor de zon in de zee weg zakte. Dag 3 bracht ons terug van waar we kwamen (op dag 1). Onderweg werden slangen, zwijnen, aapjes, fazanten, papegaaien en nog veel meer gespot. Terug de bus/truck op en via allerlei openbare vervoeren richting de hoofdstad, San Jose. Hier hadden we overnachting gereld bij ene zekere Diego die we in Puerto Viejo ontmoette. Wat een luxe om een TV, wasmachine, auto en kok ter beschikking te hebben... Na vijf dagen filmkes te kijken, alles te wassen, 100 gallos pintos (typisch gerecht voor zowel ‘smorgens, ‘smiddags als ‘savonds met rijst, bonen en ei) gegeten te hebben en de stad rond te rijden verlieten we dit ‘kuuroord’ en Costa Rica voorgoed. De grens Costa Ricas – Nicaragua staken we over per boot. De rivier, waarlangs apen bulderden, mondde uit in het onvoorstelbaar schone Lago de Nicaragua. Een toegansstempel voor Nicaragua haalden we in het veelkleurige San Carlos, waar een politiefeest zowat de belangrijkste gebeurtenis van het jaar blijkt te zijn. Vanop een ferry naar het Isla de Ometepe (in het midden van het Lago de Nicaragua) zagen we een zeer betoverende zonsondergang, van oranje over rood naar paars en dan naar het overbekende gitzwart... Op dit eiland lijkt de klok nog meer stil te staan dan in de rest van Nicaragua. Er verschenen terug ossenkarren en varkens in het straatbeeld. Een finca (een boerderij met de nodige gronden voor eigen voorzieningen) deed dienst als ons onderkomen. Samen met twee Amerikanen uit deze finca beklomen we 1 van de 2 vulkanen (de Concepción en de Maderas) waaruit het eiand bestaat. Bovengekomen werden we enkele seconden getrakteerd op een uit-de-wolken-gevoel waarna we een zéér verfrissende duik maakten in de krater van de vulkaan. De afdaling bestond vooral uit schuif- en schaatswerk, maar we haalden heelhuids en zonder dikke enkels de bar, waar we in een stevig tempo drie flessen Toña verzwolgen. We verlieten de finca en sprongen op een vissersbootje richting een onbewoond eilandje. Daar aangekomen ontdekten we dat er niet echt veel plaats was voor ons muskietennet en dat deze plaats dan ook niet zo onbewoond was. Mieren liepen met veel te veel over het strandzand en irriteerden ons ondanks de nodige Flor de Caña toch behoorlijk. Zo erg dat Maxim er ‘snachts zelfs eventjes het bijltje bij neerlegd, gelukkig had Wim in zijn slapende ooghoeken nog net een petzl (hoofdlamp) tegen de grond zien gaan. Er zat voor hem dan ook niks anders op dan de bewusteloze Maxim even de verkoeling van het Lago de Nicaragua te laten trotseren, want op onbewoonde eilanden durven al eens geen dokters aanwezig te zijn. Gelukkig voor beide ontwaakte de Max snel uit zijn door mieren overgenomen bestaan en konden we beiden genieten van een prachtige zonsopgang met dichtvallende oogjes. Terug bootje, ferry, taxi en bus op om aan te komen op onze volgende prachtige locatie, Granada. Deze oudste stad op het vasteland van Midden Amerika was tevens (afwisselend met Leon) de vroegere hoofdstad van Nicaragua. En dat de Spanjolen hier ooit de septer zwaaiden, zullen we geweten hebben. Alle huizen, kerken en andere gebouwsels lijken zo uit Spanje weggeplukt en zijn prachtig gerestaureerd. Onze hostel (The Bearded Monkey) aldaar was inclusief bar en dat zorgde voor plezier en vertier vanaf een uur of vier en veel nieuwe collega-trekkers met wie we de stad en zijn overheerlijke (en super goedkope) voedsel verkenden. Verder trokken we naar de kleine broer van onze hostel (The Monkey Hut) dat gelegen was op de (binnen)flank van een vulkaan en dat voorzien was van het nodige speelse materiaal voor waterpret op het kratermeer. Na Granada (bijna) helemaal uitgekamd te hebben, verlieten we Nicaragua om het warme water van de Caraïbische zee in Honduras terug te vinden. Deze tocht verliep niet zonder slag of stoot. In Honduras waren ene Zalaya en ene Michiletti immers geen goede vrienden meer en dat zorgde voor de nodige avondklokken die de busschema's danig in de war stuurden. Na twee dagen konden we dan terug eindelijk onze benen strekken op Utila, hét duikersmekka voor 'backpackers' en 1 van de 3 eilanden van de Bay Islands. Gelukkig rekenen ze in Honduras eilanden niet echt tot het vaste land en was de avondklok hier dan ook na 1 dag afgeblazen. Utila telt 6000 inwoners en bestaat uit 1 dorp genaamd Utila, de voertaal is er in tegenstelling tot op het vaste land Engels (maar iedereen spreek wel meer dan een mondje Spaans). Dit komt omdat de oorpronkelijke inwoners veelal Engelse piraten waren die de Spaanse vloten (met goud, zilver... uit Latijns Amerika) van tijd tot tijd tot zich namen. Hier installeerden we ons in het 'Parrot's Dive Center' en gezellige keet uitgebaat door een 'local' (Alfred, die nog steeds als piraat door het leven gaat) en (Tatiana, zijn Ecuadoriaanse vriendin). We gingen hier voor de eerste keer kopke onder en dat was zeer spannend. De signalen die onze lichamen naar ons kopke stuurden waren in de trend van «maakt dat ge terug boven bent, of denkte soms dat ge kiewen hebt en gelijk ne goudvis in een bokaalke op de schoorsteen kunt leven» of zoiets. Toch overleefden (en negeerden) we onze schrikbarende signalisatie en dag na dag werden we beter en beter in het onder-water-leven. Op dag 3 was de tijd rijp om op de boot te springen en het Belize Barrier Reef (tweede grootste rif, na het Great Barrier Reef nabij Queensland, Australië) te verkennen. Wat we toen te zien kregen, viel moeilijk in woorden te beschrijven (ook al omdat er onder water helemaal niets te vertellen valt). Een nieuwe wereld ging voor ons open. En deze wereld bestond uit kleuren die boven water alleen door machines geproduceert kunnen worden en beesten die boven water al snel hun bijltes voorgoed zouden neerleggen. Elke 45 minuten (de tijd van 1 duik) onder deze zeespiegel was een waar godsgeschenk; Queen Angelfish, Tiger Grouper, Caribbean Reef Octopus, Carribean Spotted Lobster, Hawskbill Turtle, Whaleshark (spijtig genoeg niet door ons gezien),... zijn termen die eenieder die het volgehouden heeft om tot hier te lezen zeker maar eens moet googelen. Deze natuurpracht deed ons 'geplande' verblijf van vier dagen verlengd worden met een X-aantal dagen en de volgende duikcursus. We doken tot op een diepte van 30m (het meeste onderwaterleven speelt zich echter af tussen de 3m en de 10m) en deden zwaartekracht-spellekes onder water om ons zo gestoomlijnd mogelijk door het water te bewegen. Het hoogtepunt van deze cursus was echter de nachtduik; vissen die plat liggen te slapen op een koraalbedje, octopussen die elke twee seconden van kleur veranderen (rood, geel, groen, blauw...), duizenden kreeften- en garnalenoogjes die oplichten, en bioluminescentie (een proces waarbij organismen licht uitstralen) dat wanneer alle zaklampen uitgingen een oogverblinde lichtspektakel verzorgde. Naast al het duiken hield het eiland er ook een stevig nachtleven op na. Zo'n vier barrekes (de één al wat meer op het water als de andere) verdeelden de dagen van de week proper onder elkaar. Zo zaten we niet elken avond op dezelfde plaats onze veel te goedkope van onze Cuba-libre te genieten. Na ongeveer 2 weken (en met nog een 6-tal te gaan) Utila, besloot Maxim verder te trekken richting Mexico. Wim was echter nog steeds in zijn onderwaterwereld en besloot de laatste weken op een tropisch eiland in de Caraïbische zee dat het 2de grootste rif ter wereld bezit te verslijten. Het vertrek was hartverscheurend, en of beiden de splitsing overleefden leest u in het volgende fantastische verhaal...
Reacties
Reacties
spannend..... :)
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}