Adios Argentina
Vrienden van de vrijdag! Te lang geleden, bij deze ne proficiat aan allen die drie maanden vakantie hebben en ook aan de rest die van de zomer aan`t genieten is!
Argentinië ligt nu toch al een maand achter ons, dus met enige vertraging volgt het relaas van de laaste dagen in het land van zon, choripan, fernet, asado, en veel veel meer:
Nadat we al liftend (en dat was niet zo voor de hand liggend) ons een weg gebaand hadden van Nelson naar Cordoba, stortten we ons in de zetel van Flor (Cordobese die we al couch-surfend leerden kennen) om hier de komende vier dagen niet uit te komen. Films volgden elkaar in een stevig tempo op en muziek galmde eindelijk weer uit stevige boxen. Na al dat verplaats van de voorbije maanden was deze vaste stek een welgekomen geschenk. Vier dagen later verlieten we ``uitgerust`` deze studentikoze stad voor het noorderlijke San Salvador de Tucumán alwaar we met Gerhard (Oostenrijker met een VW-bus met geïntegreerde keuken en een dubbel bed) hadden afgesproken. Hier werden we er weer aan herinnerd, na enkele maanden droogte, hoe rotvervelend regen kan zijn. Tijd dus voor een passage langs het Argentijns geschiedkundig museum, om daar nogmaals te ondervinden hoe lief de Spanjolen wel niet waren voor onze Zuid-Amerikaanse vrienden. Op zoek naar warmere oorden, met onze vrienden Joanna (een poolse, die we in het hostel in Tucumán ontmoetten) en Gerhard, crossten we met de bus de bergen in door bewolkt regenwoud, tot aan een groot artificieel bergmeer (inclusief dorp, aangelegd voor de rijkere Tucumanas) in Tafi del Valle, waar de zon terug scheen (in die regio hebben ze ongeveer 350 dagen per jaar zon, de sjansaars!). Hier hielden we halt om Barcelona naar de Champions League titel te juichen, vergezeld van enthousiaste Argentijnen die hun diebare Messi wederom zagen schitteren. Een uurke verder in Amaicha del Valle, een ander cactusdorp waar de Pachamama (moeder aarde) serieus heilig is, overnachtten we voor't eerst naast en in de bus. Wat een luxe: tafel en vier stoelen uitpakken, muziek op, koken op een echt gasvuur... dat waren we niet gewoon met de Falcon. Nen dag later passeerden we langs de prachtige Ruïnes van Quilmes. Hier leefden zo`n 3000 Quilmes-indianen tot de Spanjoerden hen in 1667 aan een voettocht van een paar 1000km (tot in BA) onderwierpen. Een 300-tal overleefden de trip en werden in een dorp nabij BA geplaatst, dat vandaag de dag gekend is onder de toepasselijke naam Quilmes. Wat overblijft van deze oude beschaving zijn indrukwekkende ruïnes tussen cactussen en lamas en een bier met hun naam (en het is één van de betere). Nadat we de indiaan in ons hadden achtergelaten en een koppel (Jos, Hollander natuurlijk en Asia, nog een Poolse) lifters meenamen, verloren we stukken van de bus die na menig speurwerk teruggevonden werden. Ondertussen was de tijd rijp voor een sorbet-ijs met rode en witte wijnsmaak (Ijsboeren allerlanden, kopiëren die handel) in Cafayate (een ij-zin). Maxim verliet de bende voor een paar dagen....
De volgende dagen bracht de VW-bus het vijftal (zonder Maximo) over de RN-40 (5224 km lang) naar Cachi. Dit was na de Carretera Austral de mooiste afgelegde weg uit mijn korte bestaan. Valleien, rivieren, eeuwen-oude wijnbodegas en wijnranken, huizen uit leem,... de tijd in dit Argentijnse deel stond werkelijk stil, heerlijk. Verder buigden we effe af van deze veertiger om naar een indrukwekkend meer te bollen (echt bollen, weg was weg), hoog in de bergen lag dit water te blinken tegen de rode rotsformaties waar de grasgroene cactussen maar al te graag hun wortels in vastpootten. Als bij wonder hadden ze iemand gevonden die hier de nieuwsgierige toerist (ik gok zo`n 2 per week) enkele pesos lichter moest maken. In Cachi vonden we onze moegestreden Maxim terug en reden we met fototoestel in de hand naar Salta, door landschappen met op de voorgrond massale cactusvelden (Cordones), daarachter rood-wit-roos-grijs-bruine bergen, en daarachter, nog een paar kilometer verder, besneeuwde bergtoppen. Op de camping in 'La Linda' parkeerden we onze bus tussen een zestal reusachtige trucks. Allerhande europeanen die er met hun gezin ettelijke jaren tussenuit trokken en tevens over een stevige geldbeugel beschikten, hadden deze ingericht als rijdend huis. De grootste van allemaal, had in plaats van ne fiets nen dikke quad in zijn koffer zitten! Salta, gelegen in een grote vallei omringd door groene bergen, is vergelijkbaar met zowat elke koloniale stad in het noorden van Argentinië, maar heel goed geconserveerd. Peñas en restaurants waar we tegen een schoon prijske locro aten (lekkere stoofpot op basis van pompoen, maïs en bonen) zijn op elke straathoek terug te vinden. Verder bezit het ook een indrukwekkend INCA-museum, dat beschikt over twee perfect intacte kindermummies die de INCA`s offerden op een van de bergtoppen, na hen te verdoven met een overdosis alcohol.
Vele asados en medialunas (BBQ/croissants) later, staken we de sleutels weer in het contact en bereikten we Purmamarca. Hier staat la Montaña de los Siete Colores (of voor de niet spaanstaligen onder ons: den baarg me zeuven kleurkes), een indrukwekkend maar net iets te toeristisch uitgebuit plaatsje aan de grens met Chili en Bolivië. Dus vroeg uit de synthetische stof (slaapzak bevat geen veren) om de tours voor te zijn en de opkomende zon te zien spelen met deze zeven kleuren, owwauw. Later op de dag de bus op klimmodus gezet om tegen het avondgloren de Argentijns-Boliviaanse grens te bereiken. Met valse Oostenrijkse papieren in de hand richting douane en daar gebeurde het volgende...
Argentinië we zullen terugkeren, beloofd!
PS: niemand geïnteresseerd in een Ford Falcon ´74
Reacties
Reacties
Ik heb mss wel enig interesse in een Argentijnse Ford. Laat jullie e-mail hier achter, dan contacteer ik jullie wel.
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}