Negen dagen in de carpa (TENT)...
Nadat we de Falcon terug door de bergpassen ten noorden van Ushuaia hadden geloodst en nog een nacht aan een meertje op het vuur(ei)land sliepen (eveneens een poging tot vissen gedaan maar weer achter het net gevist) verlieten we deze winderige streek voorgoed. Omdat het aantal k's (kilometers op zijn aussies) naar onze volgende bestemming (Puerto Natales) net iets van het goede te veel was voor onze slee en we voor den donkere thuis wilden zijn, besloten we in Rio Verde halt te houden. Een estancia (lees: een boerderij
die net iets groter is dan die van vava) gelegen in een prachtige baai. Omdat ons voedselrantsoen enkel nog bestond uit nen tuub ketchup en mayo, begaven we ons naar het enige resto. Volgens de Lonely Planet (= onze reisgids) was dit een gezellig huiselijk restaurantje met typische Chileense gerechten. Bij het betreden van dit establissement stootten we op nen hoop iets oudere Duitse toeristen, DAMNED. Gelukkig waren ze hier heel blij nog eens met jongelingen te kunnen klappen en kregen we onze diner tegen een redelijke prijs. De dag erna speelden we effe schaapsherder alvorens ons naar Puerto Natales te begeven.
Hier verbleven we bij een zekere Johnny Callaghan, een 'gepensioneerde' gaucho (cowboy) met Ierse roots die zijn gezellig ouderlijk huisje gedecoreerd had met allemaal handgemaakte producten. 'Mi casa es tu casa'; waren de woorden waarmee we werden verwelkomd en zo voelde het ook aan. Na het live-optreden (via TV) van Santana in Chili, haalde Johnny zijn gitaar boven om
de Santana in zichzelf te ontwaken. Heerlijken avond met un montón (nen hoop) de vino en pisco (typisch Chileense sterke drank). De volgende avond prepareerde hij ook nog een asado de cordero (lams-bbq) voor ons en 6 andere Amerikaanse medeverblijvers, waarbij ie halverwege zat in bed sukkelde. Nadat we al onze benodigdheden voor 9 dagen bergen en wildernis in een ontelbaar aantal plastic zakken hadden gestoken en onze veel te zware rugzakken in de Falcon gepuzzeld hadden, vertrokken we richting Parque Nacional Torres del Paine. Te midden van dit natuurschoon was het tijd om ons beste beentje voor te zetten. We wandelde zo'n 130 km tussen prachtige bergen, blauwe meren
en duizende gletsjers... Heerlijk om elken dag moe maar voldaan aan te komen op een van de campingspots en spaghetti met pakjes-saus te verorberen tussen backpackers die net hetzelfde voelde en aten. Enkele hoogtepunten van deze trekking waren de John Gardner-pas (tevens ons hoogste punt) van waar
we een subliem overzicht hadden over een deel van de campo Hielo Sur (een van de grootse ijsvelden ter wereld) en de aangrenzende Grey gletsjer, de ontdekking van een ijsgrot (met duizende verschillende blauwe kleuren en een waterval ertussen) in deze gletjser, het ontbijt bij de Torres (3 bergtoppen die als torens uit het dal reizen) die verlicht werden door de opkomende zon, en de passage van een condor op enkele luttele meters boven en onder ons.
Nadat iedereen een of meer pijnlijk lichaamsonderdeel bezat verlieten we het park via een zandweg langs blauwe meren met flamingos, nandús (soort struisvogels) en guanacos (soort lama), om aan de grenspost met Argentinië onze droomwereld abrupt te verlaten. Waar zijn de papieren van onze
auto, DAMNED!!! Na heel wat heen en weer gevloek en niet echt te weten wat te doen, keerden we dan maar terug naar onze vorige bestemming, Puerto Natales om daar telefonisch contact te zoeken met alle instanties die onze papieren in hun bezit konden hebben, zonder resultaat... Dus er zat niks anders op dan een avondje stevig door te zakken met een hoop mensen die hun ledematen eveneens pijnigden in het park.
De volgende dag tussen het overpeinzen, telefoneren en vloeken door een rodeotoernooike meegepikt, om bij de ultieme poging te vernemen dat de papieren gewoon op de plaats lagen waar ze eerst 'zeker niet teruggevonden' waren... Woehoehoe! Weerklonk het in het duanekantoortje. Toen we ze overhandigd kregen, bleken er toch twee dingen spoorloos, maar met wat geluk moet het ons lukken om de grens over te steken. Iedereen duimen en kaarske branden dus
hasta luego
Trekking Dientes de Navarino
DITVERHAALMOEST AL VEEL EERDER GEPOST ZIJN
MAAR WEGENS TIJDSGEBREK ENAFGEZONDERD VAN DE WERELD POSTEN WE DIT DUS NU...
VEEL LEESPLEZIER
Ons voornaamste doel in Ushuaia was dus het vinden van bootje dat ons voor een schappelijke prijs (de officiële ferry was extreem duur) naar Puerto Williams op Isla Navarino kon brengen, om daar de geweldige Dientes-trekking te ondernemen. Met een tip van een Frans koppel met hetzelfde plan bleek dit een koud kunstje: van de eerste keer prijs. Na de nodige aankopen zoals een vislijn, een paar handschoenen en een regenbroek - en fatsoenlijke stappers voor Tom die eerst van plan was de tocht in zijn sneakers of liever nog teensletsen te ondernemen (typisch Aussie) - stapten we bij het vallen van de avond op de Podorange, ne prachtige Franse zeilboot. Met zicht op de idyllische haven van Ushuaia serveerden ze ons du vin, du pain et du boursin, met zuiderse muziek op de achtergrond. Aangekomen in Puerto Williams bleek de douane daar niet meer te werken en ‘moesten' we de nacht op de boot doorbrengen. Voor het slapen passeerden we wel nog eventjes langs de bar op een oud marineschip dat tevens dienst deed als douanekantoor (een houten tafel op het dek), om voor het eerst de Chileense specialiteit Pisco Sour te proeven, lekker! Na enkele uren tooghangen in deze supergezellige bar, en tegen het einde nog wat speeksel op te vangen van ne zatte grijze Schot, gingen we met z'n vijven slapen in de keuken van den boot, lekker dicht op elkaar en op de keukentafel.
De tocht waaraan we de volgende dag begonnen is zonder twijfel de mooiste en meest gevarieerde uit ons leven tot nu toe, echt sprookjeswaardige natuur die om de haverklap veranderde en ons keer op keer verraste. De eerste dag begon meteen met een kuitenbijter: meer dan 500m de hoogte in door een bos, over een pad dat meermaals versperd werd door bomen die door toedoen van bevers en wind omgevallen waren. Bij het bereiken van de boomgrens werden we getrakteerd op een wondermooi uitzicht over de groene vallei en de Beagle Channel met daarachter besneeuwde bergtoppen. Na een tweetal uur de steenmannen (stenen opgestapeld in piramidevorm) te volgen langs de bergflank, bereikten we onze eerste overnachtingsplaats: een meer waarvan de omgeving het best vergeleken kan worden met de Shire, thuishaven van Frodo en co. Een waterval en vele kleine beekjes vonden er hun weg naar het meer tussen de met lichtgroen mos begroeide heuvels. Na een stevige klim langs de rivier en een stenen maanlandschap waarop we nog eens ne sneeuwbal konden werpen, passeerden we de volgende dag de Dientes (bergtoppen in de vorm van haaientanden), en lunchten we naast een kristalhelder meer. Na het losrukken van enkele boomstammen voor de zithoek rond het vuur, sloten we samen met enkele Duitsers de dag af met het zingen van Duitse, Hollandse en uiteraard Vlaamse schlagers, waarbij de Aussies hun ogen wijd opensperden. Net voor zonsondergang kwamen we de derde dag - gevuld met een prachtig 360° panorama op een bergtop, een wilde afdaling door een bos en een gigantisch moeraslandschap met rode waterpoeltjes - aan bij Refugio Charles, een uit boomstammen gebouwde hut die daar ergens rond 1950 door de marine gezet was. Na een rustdag bij Lago Windhond (een meer op het zuidelijkste punt waar we misschien ooit zullen komen, 3870km van de Zuidpool) waarop we ondanks de positieve verwachtingen geen enkele vis aan de haak konden slaan, keerden we naar Puerto Williams terug via de vallei, waarin we ons een weg baanden door wederom vele natuurpareltjes.
Terug in Puerto Williams werden we allemaal compleet zot toen ze ons in het übervolkse restaurant 'Dientes de Navarino' een gigantische hamburger met avocado en fritten voorschotelden. Den eetlust was niet te houden na vijf dagen op havermout, pasta en rijst. Een tweede wens van de vier dudes was om nog eens op de lappen te gaan. Over de plaats waar dit zou gebeuren werd niet getwijfeld: de marineboot! Na heel wat pinten en wat whiskeys informeerden we eens bij Forella, de gezellige en goedlachse barmadam of zij misschien geen gratis slaapplaats voor ons wist (want de hostels zijn nogal duur aan het eind van de beschaving). Geslaagd: hoewel ze zelf de volgende dag op reis vertrok, mochten we gratis overnachten in een klein hutje met stoof dat ze in de nabije toekomst van plan was te verhuren. De sleutel moesten we gewoon bij de buren bezorgen wanneer we zouden vertrekken! Voor twee dagen hadden we dus van de verniet onze eigen stek in het zuidelijkste dorp ter wereld, echt zalig zo'n vriendelijke mensen.
Wegens het gebrek aan grote boten moesten we ons opsplitsen om terug naar Ushuaia te gaan. Met z'n tweeën staken we (ook weer gratis) met een bende 40-jarige Australiërs, die terugkwamen van Antarctica, de Beagle Channel weer over. Hierbij deden we onze eerste zeilervaring op (enkel observatie weliswaar). We konden de haven toch niet binnenvaren op de motor, aldus de hilarische crew. De camera's werden massaal bovengehaald toen even later de broer van Luis, de Ushuaiaan aan boord, met zijn sportvliegtuigje kwam overvliegen. (Op het einde toch stieken de motor gebruikt)
Terug in Ushuaia dus, hief effe uitgerust in een geweldig relaxt hostel (Yakush) en vanaf nu zullen we enkel nog maar Noordwaarts reizen...
On the road to Ushuaia
Hola chicos,
Eindelijk nog eens enkele minuten tijd, een computer die fatsoenlijk werkt en een thermometer die net geen 40 graden meer haalt. Dus maken we graag nog eens tijd voor een volgend reisverslag...
Het afscheid in Nelson was het eerste hekele punt, we hadden gepland onze maag tegen de middag lekker te vullen en daarna snel effe iedereen een kuske te gaan geven. Ware het niet dat het afscheidsfeest en de daarbij horende drankjes een beetje roet in het eten gooiden. In de late namiddag dan ook nog eens een paar verplichte vueltas (toerkes) maken met de plaatselijke bevolking (Wie wil er nu niet eens in een falcon gezeten hebben ;-)) en tegen valavond dan toch de sleutel kunnen omdraaien en Nelson uit kunnen bollen (OEF). Na twee dagen fantastisch roadtrippen (straalblauwen hemel, falcongroepies, geweldige landschappen...) kwamen we dan aan in Rosario.
Deze stad herbergt volgens onze Lonely Planet de schoonste soort vrouwmensen van het hele país, en eerlijk gezeg we kunnen ze geen ongelijk geven. De stad zelf bevat het imposante monument ter ere van de Argentijnse bandera (vlag) en een rivier die de titel rivier echt wel waard is. In deze Río Paraná bevinden zich enkele eilandjes met het nodige strandzand en dus begaven we ons in het bijzijn van enkele meiden uit BA en een enkeling uit Schotland naar deze lugar. Wat een zaligheid om in 40 graden effe wat afkoeling te vinden, komt er nog bij dat er een live-optreden was en dat we de nacht er doorbrachten temidden van de kampvuurtjes omdat we de laatste boot ´gemist` hadden...
Na Rosario begaf de stilaan gezegende slee zich richting Atlantische oceaan om daar halt te houden in Puerto Madryn, de toeganspoort naar het Península Valdés met zijn fantastische fauna en flora. Hier was het moment aangebroken om onze Falcon iets meer te bevolken en dus gingen we in het hostel op zoek naar aangenaam gezelschap. Dit bleek niet zo heel moeilijk en na twee dagen waren we helemaal volgeboekt. Op de achterbank bevinden zich (tot op heden) een Nederlandse (Rian) en twee gigantische Aussies (Bratt en Tom, die gadverdomme al 20 maanden op sjok zijn). Op naar Valdés, ware het niet dat onze vierwieler ons deed halt houden in Puerto Pirámides (wegens verlies van motoronderdelen). Dit enige dorpje op Valdés bevatte gelukkig een geweldige camping in de duinen en de garagisten hier zijn net iets sneller dan in het noorden. De volgende dag kon onze rondrit toch plaatsvinden met zelfs meer inzittenden dan de dag voordien (Beatrice, een Italiaanse die een van de Aussies uit de duinen had geplukt, paste er nog net bij). Gezellig met zijn zessen gingen we op zoek naar de pinguïns, zeehonden en zeeleeuwen in een natuur die we alleen kenden uit National Geographic docu´s. Hard gelachen met de conversaties van de zeeleeuwen en nogal raar om de pinguins in een sneeuwvrij en zelfs behoorlijk warm gebied te zien rondwaggelen. Daarnaast moesten we voortdurend opletten dat we geen gordeldieren, nandoes of guanacos platreden. Des avonds nadat het natuurschoon een beetje bezonken was, probeerden we in het bijzijn van twee Argentinos uit de geweldige provincie Neuquén onze eerste eigen asado uit... Wat een vlees! De volgende dag werd het zelfs nog beter toen we door enkele chicas uit Trelew uitgenodigd werden om een boottochtje te maken. Toen bleek dat we met dat bootje tot op twee meter van de zeeleeuwen gingen varen sprongen we werkelijk een gat in de lucht van blijdschap, dat nog verder uitkraterde toen we op de terugweg plots tussen de dolfijnen dobberden.
Hoewel we ons vooraf bij het Oostelijke deel van Patagonië enkel een dor en kaal landschap voorstelden waar weinig aan te zien was, ontdekten we het tegendeel. Kusten met kleurrijke kliffen, meer pinguïns en zeeleeuwen, de lucht en het water in een onderling duel omterblauwst... Hier beseften we nogmaals dat de reis in auto echt zoveel meer te bieden heeft dan in een bus die je van de ene toerischtische trekpleister naar de andere brengt. Op de ruta 3 (3000km van BA naar Ushuaia) na meermaals 90 graden links af te draaien (richting Atlantische) toch ook een keer naar recht afgeslagen (landinwaarts) omdat er daar al een paar miljoen jaar boomstammen liggen die door deze bedlegerigheid versteend zijn geraakt (en ook door andere dingen). Om er te geraken moesten we eerst 50km over ne schraal onderhouden gravelweg door prehistorische landschappen rijden, héél speciaal. Vulkanen, tafelbergen, versteende bomen, lava en hoewel een vos net iets kleiner is dan een T-rex was het toch ook fijn om deze van dichtbij te zien. Hierna rustig verder zuidwaarts tot er weer een geluid uit onze slee weerklonk dat bij andere autos niet te horen was en we dus een verplichte tussenstop maakten in Puerto San Julian. Hier enkele dingen kunnen repareren maar voor het grootste stukgereden onderdeel moesten we naar een Río Gallegos (grotere zuidelijkere stad). Na het zien van Toninas (de kleinste dolfijn op onze planeet met zwarte rug en hagelwitte buik) bolden we met z’n twee naar Río Gallegos (de rest ging uit voorzorg voor meer averij met de bus tot daar). Ook in deze heel lelijke stad bleek het moeilijk om het benodigde onderdeel te pakken te krijgen en te laten installeren, maar na wat aandringen werd alles toch gefixt en konden we met z’n vijven naar Tierra del Fuego vertrekken. Dit schiereiland wordt gedeeld met Chili en dat zullen we geweten hebben. Na vier keer een grenspost te doorkruisen kwamen we eindelijk in het juiste (Argentijnse) deel van het eiland terecht. Onderweg nog even gestopt om in de Laguna Azul te duiken, een meer in ne vulkaankrater waarvan de diepte ongekend is (denk aan een natuurlijke en mooiere versie van het dourmeer). Hilarisch om de Aussies daarna in hunnen boxer en met een stevige regenvlaag de vulkaan terug te zien bestijgen. Na een nacht naast de grens te slapen en gewekt te worden door de gekende bries doorkruisten we schitterende landschappen! Het land begon te glooien en de kleur groen kwam terug tevoorschijn (2 maanden na de laatste echte bossen in Iguazu). Deze landschappen deden onze reistijd gestaag stijgen wegens de vele ‘verplichte’ foto/geniet-tussenstoppen. In de namiddag bereikten we dan de meest Zuidelijke stad van onze aardkloot (voor de gemakkelijkheid vergeten de Argentijnen effe het Chileense Puerto Williams dat nog net iets zuidelijker ligt, maar met zijn 2000 inwoners kan dit eigenlijk ook geen stad genoemd worden, als ze maar vetes kunnen uitvechten die Argentijnen en die Chilenen. [Van oneindige wrok gesproken: de Argentijnen blijken het na 25 jaar nog altijd niet te kunnen accepteren dat de Britten de Falklands in beslag genomen hebben, overal in’t land staan er borden langs de weg met de slogan: “Las Malvinas (zoals desbetreffende eilanden hier genoemd worden) son Argentinas” . Elke keer als ge zo’n bord passeert vraagde u af: “aleej, is ullie land nu nog niet groot genoeg!!?] ). Vanop een berghelling kan je hier zalig genieten van het samenvloeien van de Atlantische en de Stille Oceaan en van de vele bootjes die als eenden op het water dobberen tijdens zonsondergang.
Listo. Bij deze willen we weer snel terug naar buiten om een bootje voor onze overzet naar Puerto Williams te zoeken en om verder te genieten van wat er ons hier te gebeuren staat.
Tot één der volgende computeraangelegenheden...
Het afscheid van Nelson en de aankoop die...
Vooreerst wil ik vermelden dat we aan onze laatste dag Nelson zijn begonnen! Vandaag trekken we (eindelijk) zuidwaarts richting (het frissere, en dat is welkom) Patagonië alwaar we tussen de zeeleeuwen en pinguïns zullen zwemmen, trekkings van meerdere dagen in sublieme natuur zullen maken en voor het eerst onze (nog steeds goedruikende) bergbotinnen aan onze voeten zullen binden.
Maar waarom zijn we zo lang in Nelson gebleven? Hierop direct HET antwoord geven zou dit verhaal niet ten goede komen. Wat er zeker toe bij droeg dat ons verblijf hier tien keer zo lang duurde dan ‘gepland', is dat de 4000-koppige bevolking van dit far-west-achtige dorp het hart op de juiste plaats heeft. Zo werden we bijna dagelijks uitgenodigd bij een Nelsonese(?) familie om een Argentijnse specialiteit (asado, empanadas, choripan, njoki,...) te verorberen en een potje mate (warm) of mate tereré (koud) te drinken. Ook met de vier Belgen (en hun aanhang die ze op bezoek kregen tijdens de voorbije feestelijke dagen) van het ARCO-project (Bruno, Dennis, Ezra en Kimmy) klikte het direct. Hen willen we bij deze dan ook zwaar bedanken voor alles; 'zwaar bedankt boludos, en hou de badkamer proper!'. Hopelijk bloeit er iets moois uit onze kennismaking. Nog een vermeldenswaardige gewoonte is de siësta (heerlijk) in deze contreien. Als toerist zou je er niet echt heel veel van merken, maar als je zo ‘echt' tussen de Argentijnen leeft, merk je pas hoe anders zij leven. Tussen twee en vier zie je letterlijk (omdat er echt wel veel te veel honden rondlopen) en figuurlijk geen kat op't straat in dit dorpje (wat wel begrijpelijk is want wie het toch waagt, wordt levend getoast) waardoor het leven 's avonds voortgezet wordt tot den tweeën (tik-tak is hier niet de referentie). Verder hebben we ons sportief al een beetje voorbereid voor onze dagtochten doorheen het Patagonische landschap onder de vorm van padel (tennis met houten paletjes en een muur rond het veld), voetbal (dé topper der sporten hier uiteraard), zwemmen en beachvolley. Al deze costumbres zijn bij deze overgebracht tot in het belgenland. Laat ons zeggen: test ze vooral uit (maar degene die moeten studeren kunnen hiermee best nog eventjes wachten!)
De derde paragraaf lijkt ons de goeie om tot de essentie door te dringen van dit verhaal. Het échte waarom op te helderen... Bij onze terugreis van Iguazu naar Nelson (ergens rond 12 december) passeerden we via Esteros del Iberá (remember?). Omdat we dit ongerepte stukje natuur quasi onmogelijk konden bereiken met de bus, probeerde we dit al liftend te doen. Heel avontuurlijk hoor ik jullie denken, maar de Argentijnen staan niet echt te springen om trekkers door hun land mee te zeulen, waardoor ge soms een halve dag of meer in de hitte moet wachten. Verder zijn de afstanden hier net iets groter dan die van Retie naar Kasterlee. Plus dat er in Patagonië geen kat (figuurlijk) op de baan is... Dus er was een probleem: Hoe kunnen we die natuurparels toch benaderen??? Met een auto d'office (Brusselse taal van Bree en Dennis)! Dus bij onze terugkomst in Nelson hebben we wat rondgevraagd of dit plan enigszins realiseerbaar was. En ja hoor, dankzij ene Carlos Pezolli (een van de vele plaatselijke handelaars en ne goeie vriend ondertussen) vonden we een Ford Falcon Deluxe (een exemplaar uit 1974). Voor ons was het direct liefde op het eerste gezicht... en binnen twee weken zouden we met deze slee richting het zuiden kunnen bollen. Maar Argentinië zou Argentinië niet zijn als dit niet met minstens drie weken vertraagd zou worden! Voor elk onderdeel hebben ze hier een andere garagist, kwestie van iedereen wat aan het werk te krijgen, met als gevolg dat we om de drie dagen met Carlos naar een naburig dorp moesten bollen om den auto te verplaatsen of onderdelen te kopen. En de papieren in orde krijgen voor extranjeros was ook niet echt van de poes! Maar sinds gisteren (passage door de keuring) is alles in orde geraakt en dus begint hier vandaag de dag onze Thelma and Louise-trip door America del Sur... En wees maar gerust dat we er zin in hebben!!!
Hasta luego,
The Falcon Boys
Into the wild: vissen
We verblijven bij het ter perse gaan van dit bericht nog steeds in Nelson (het is hier veel te gezellig en er staat hier dan ook IETS te gebeuren). Wat er zoal is gebeurd, lees je hier: In het begin van de week (enkele dagen na de aankomst vanuit BA) werd er hier gestart met een nieuw onderdeel van het ARCO-project: kinderen die de medische controle ondergaan hebben, kunnen vanaf nu tweemaal per week genieten van een plons in het plaatselijke zwembad. Dit is voor hen echt 2 uur genieten geblazen en voor ons 2 uur stevig afzien: bengeltjes wegkegelen, waterspeelgoed eerlijk proberen te verdelen, zwemwedstrijdjes winnen, kopkes boven water houden... Verder werden we eergisteren uitgenodigd door enkele jongelingen uit Nelson om in de plaatselijke rivier (Río Salado) te gaan vissen. Aangezien je ons vistalent kan vergelijken met de vliegkunsten van een dode mus, en we binnenkort de woeste natuur intrekken, aanvaardden we dit aanbod onmiddelijk. Wat we effe vergeten waren, was dat er de dag ervoor een groots feest was gepland en dat we dus na drie uur in dromenland uit ons beddenbakje werden gehesen (auw, dat deed effe heel pijn). Na de ergste autorit ooit wegens katerachtige verschijnselen, kwamen we aan bij een magnifieke rivierkade... De kater lieten we lopen in de vrije natuur en we begonnen met een verfrissende duik in het sterk gezoute water (vandaar de naam van de rivier)... Hierna begon Lucas (plaatselijke topvisser) op een geïmproviseerde BBQ choripannekes (soort hot-dog) te bereiden die vooral Maxim met veel smaak naar binnen speelde. Na een siesta van een half uurtje was het moment aangebroken waarop de twee Belgen hun eerste wormpjes (aan de 2 vishaken) het water inkegelden. Tot ieders verbazing slaat zowel de Maxim als de Wim bij hun eerste poging meteen een dubbelslag (2 vissen aan één vislijn). Nu hoor ik jullie van ver roepen: ''beginnersgeluk'' en ik ga dat bij deze ook niet ontkennen! Na 4 uur in een heerlijk zonneke te vissen, een couchke te pakken en te baden besluiten we onze schup af te kuisen. Terug aangekomen in het dorpje prepareerden (opensnijden, uitkuisen en weghalen van kop en staart) we zelf onze 30 á 40 vissen (soort: moncholos & portenitos) om ze 's avonds na een korte frituursessie lekker op te peuzelen in het bijzijn van onze viskameraden.
Het visgebeuren heeft ons weer wat wijzer gemaakt en zal ons misschien nog van pas komen als we volgende week gedurende vijf dagen in de woeste natuur zitten!
hasta luego
Kerst en Nieuw in blote bast
Wat spoken die twee avonturiers ginder uit in deze feestelijke periode? / We horen zo weinig van die mannekes... hoor ik van alle kanten aanwaaien, AWEL: de dagen na onze aankomst uit Iguazu en Isteros del Iberá hebben we er vooral voor gezorgd dat onze te hoog oplopende kosten (hint voor sponsors) wat getemperd werden en deden we dus niet veel buiten onze nachtrustachterstand wegwerken, een wandelingske hier en een heerlijk asadoke (BBQ) daar, wat beachvolley en veel zwemmen! Ook het aantal Belgen in dit dorpje steeg sneller dan een populatie konijnen ooit voordeed (ouders Kimmy en ouders Ezra waren ook op bezoek; wat het totaal op 10 bracht). Verder hebben we hier in Nelson misschien wel de belangrijkste beslissing voor het vervolg van onze reis genomen. Ik kan/wil/mag er momenteel nog maar weinig over lossen maar volg vooral den blog een wees benieuwd! De 23ste december was het een hoogdag voor het ARCO-project, er werd een heus kerstfeestje georganiseerd met een film (Wall-E) en een doortocht van Papa Noel (oftwel de kerstman, met dank aan Hugo oftewel de papa van Kimmy). Heerlijk om te zien hoe ongewoon het hier is om een film op groot scherm te zien (voor veel kindekes was het de eerste cinema-ervaring ooit) en om de blije gezichten te zien na het ontvangen van een zakje snoep en een ARCO-baseball-pet (bij ons moeten er minstens batterijen inzitten...)! Ook grappig om te observeren hoe snugger de jongeling hier denkt te zijn, met hun eerder gekregen petje half onder hun t-shirt verstopt, probeerden velen (aangemoedigd door hun ouders) een 2de petje te bemachtigen. Gelukkig ziet Papa Noel alles! Een dag later was het dus kerstavond (over waar dit zou plaatsvinden ging veel getouwtrek aan vooraf: met onze Belgische clan waren we namelijk op quasi hetzelfde moment bij twee families uitgenodigd, en een uitnodiging weigeren wordt hier niet in dank afgenomen). Gelukkig werd er door Kimmy een sluitend compromis uitgedokterd: we brachten kerstavond al etend door bij de grootvader van de reiger (oftewel Nicolas Frutos) en keken op het dakterras van de roze villa naar het vuurwerk (jawel kerstmis wordt hier gevierd alsof het nieuwjaar is). Daarna passeerden we bij de tweede familie om nog wat alcoholische drankjes te nuttigen en tenslotte gingen we nog naar een kerstmisfuifke in de plaatselijke bemdhal (dit alles in korte broek en hemdje).
Op 26 december reden we samen met Dennis en Bruno (de 2 hombres van het project) voor een 2de maal naar Buenos Aires. Ons plan was om den 31ste vanuit BA naar Uruguay reizen en op een strand in Montevideo het nieuwe jaar in te zetten. De eerste avond logeerde we in San Isidro (een poepsjiek dorpje tegen BA) bij verre, aangetrouwde familie van Bruno. Meteen na onze aankomst stelde de gastvrouw voor (waarschijnlijk omdat we er wat verwaaid en oververhit uitzagen na de rit) om bij haar zus thuis te gaan zwemmen, een paar blokken verder. Hier werden we wederom heel gastvrij onthaald door haar twee prachtige dochters; na een klapke van tien minuten nodigden ze ons uit bij een van hun vriendinnen thuis, waar ze 's avonds gingen voordrinken met een vrouw of acht. Bij aankomst aan de gigantische villa ('t Zoerselhof is er niks tegen) zaten we allemaal met onze kop in de wolken te fantaseren over wat de avond zou brengen. Helaas werden we even later (na de extreem korte voordrink) met de voeten terug op de grond gezet toen we een keet binnenstapten waar niks anders dan cumbia en cachengue ofzoiets (ne mix tussen cumbia en reggaeton) gedraaid werd. Verschrikkelijk! Op de koop toe bleek de drank er duur en de vrouwen saai, bummer! De volgende dagen besloten we om in een hostel door te brengen... hier zitten immers veel meer feestgezinde reizigers, en dus gingen we tussen het verkennen van het stad door van tijd is een danspaske zetten. Het grootste succes was de CroBar op zaterdagavond, waar we eindelijk nog eens goe konden feesten op elektronische muziek, doorspekt met lekkere Engelstalige rockers. Overdag legden we ons neer in een van de met koppeltjes gevulde parken in Recoleta, om met een muziekske erbij wat in den dagboek te schrijven en wat Spaans te leren.
Hoewel we er enorm naar uitkeken om per boot de Río de la Plata over te steken, besloten we dit omwille van het hoge prijskaartje toch maar op een andere manier te doen. Op 31 december vertrokken we dan maar per vierwieler richtig Uruguay (ne gigantischen omweg) om omstreeks 18h en na 300km rijden aan de grens te horen te krijgen dat we niet mochten passeren wegens ontbrekende papieren. AAAAAAAAAAARRRRRRRGGGGGGG.... tja auto 180° draaien en dezelfde weg nog maar eens heel snel afmalen (nieuwjaar op de grens vieren was echt geen optie...). Om half twaalf reden we BA terug binnen en om twee na twaalf genoten we van het vuurwerk in Puerto Madero. Nadat de laatste pijl het luchtruim was ingeknald gingen we feesten in een park in Palermo. Geweldig om 2009 in te zetten onder de blote sterrenhemel, effe te dutten tegen een van de velen arboles (bomen) en dan verder te feesten tot na het gekraai van de laatsten haan (en dit alles in korte broek en bloot bovenlijf!!) WE LOVE BA... Verder op 1 januari nog nooit zo weinig gedaan als dit jaar. Den 2de zijn Bruno en Dennis dan per boot naar Uruguay gereisd en bleven wij achter om wat plata te sparen.
De laatste zaterdag maakten we nog wel een verrassende uitstap. Op aanraden van den Joe, onze Amerikaanse roommate, brachten we een bezoekje aan de schrale Zoo van Luján (50km buiten 't stad). Hier vielen we van de ene verbazing in de andere: de inkom, waar we een olifanten- en kamelenrit werden voorgeschoteld, was een klein partytentje, de lama's liepen gewoon over de wandelpaden (wat niet verwonderlijk was aangezien hun terrein afgebakend werd door halfsegat opgehangen kiekendraad), en een gigantische zeeleeuw strompelde door een groep mensen. Het zotste was wel dat men in deze zoo (met de gepaste slogan 'juntos en el mismo lugar') bij alle dieren de kooi mocht betreden. We konden er tijgers, welpjes, leeuwen, leeuwinnen en een babybeertje aaien! Alle dieren die geaaid mochten worden bleven supertam liggen (naar verluid werden ze pas bij de nachtelijke wandeling actief, maar enige platspuiting is volgens ons niet met zekerheid uit te sluiten), terwijl de andere tijgers e.d. tussen ons rondliepen. Het sociale of mensvriendelijke gedrag werd hen van jongsaf aangeleerd door honden bij in hun kooien te plaatsen. Het babybeertje lag op een bepaald moment lepeltje met een hond. Een van de leukste dingen was het voederen van de capucijnaapjes (a.k.a. Marcel van Ross in Friends). Geweldig hoe deze vanaf de slingertouwen op je schouder sprongen om de cola (?!) uit je handen te komen likken. Onze hostel voor deze 3 dagen was trouwens een echt sprookje; kamer op het dak, groot dakterras, douchen buiten in de bakkende zon, en heel veel schatten van nieuwe mensen (Peruviaanse, Hollandse, Amerikaanse, Franse, Braziliaanse...). Ons arsenaal aan tips en overnachtingsplaatsen is verzevenendertigvoudigd na deze uitstap. Verder hebben we ook besloten (na wat tokkelen op het dakterras) om een gitaar mee te zeulen en een poging te doen om de kunsten van den Jimmy na te streven.
Op 5 januari zijn we dan teruggebold naar Nelson alwaar we nu ons aan het voorbereiden zijn op trekkingtochten van 5 dagen tot 1 week in Patagonië. Na alle drukte van de voorbije dagen hunkeren we echt naar een stevige brok natuur, en als we de verhalen mogen geloven, gaan we daar serieus kunnen snoepen....
Voordat we afsluiten willen we iedereen nog een heel gezond, liefdevol en wereld-verkennend 2009 toewensen. Bij deze gooien we ook voor iedereen drie kussen en een pakje confetti naar de andere kant van de Atlantische plas...
Hasta luego,
Maxwim
Reserva Provincial Esteros del Iberá: op weg naar het (quasi) onbereikbare
Bij het verlaten van de cataratas van Iguazu hadden we het plan opgevat om een lift te versieren tussen Iguazu en Posadas. Dit bleek echter een onbegonnen zaak en na een paar uur zweten en puffen in 32° zaten we slechts 30 km (van de 300km) verder aan een volgende politiepost alwaar we een drugscontrole aan ons been hadden. Toch niet altijd zo'n vriendelijke mannen en ook niet echt effectief die policeiros. Zowat alles in onze broek- en rugzakken werd gecontroleerd buiten de 1000-den pillen (MEDICATIE). Dan maar de collectivo (bus) op richting Posdadas en ‘snachts op zoek naar een ‘hostal'. Daar aangekomen bleek het meer om een Center Park achtig vakantie-oord te gaan, gelegen in een arme buurt. Tot onze verbazing bevond er zich in de tuin van het park een gigantisch meer, net het Genève van Argentinië... Volgende dag (na een overtuigend klinkende uitleg van de uitbater van het hostal) met de bus richting Santo Tome om van hieruit een lift te versieren over een 120km lange zandweg naar Colonia Carlos Pelegrini (hét dorpje in de Reserva Provincial Eseros del Iberá). De eerste moeilijkheid die ons te wachten stond, was aan het begin van die zandweg te geraken. Deze bleek zo'n 20km buiten het dorp te vertrekken. Na een bus en een lift van een camionero (trucker) zo'n 4 uur later toch aangekomen op dit idillische plaatsje (La Enpalme genaamd). Je kan het het best vergelijken met een verlaten tankstation op route 66. Maar hier ligt het wel aan één van de weinige hoofdwegen van Argentinië (en toch, deze weg is veel rustiger dan de weg Retie-Kasterlee). Na effe kennis te maken met de mensen die dit tankstation bewonen, onze tent voor de 1ste keer opgetrokken (klein maar goed) en ons 1ste kampvuurtje gestookt! De volgende dag iets te laat opgestaan (leven zonder tijd heeft soms toch nadelen, maar soit) en omdat het zondag was (en de meeste mensen dus met de familie doorbrengen) geen lift kunnen versieren richting de reserva (hierbij zijn er ook de nodige iets minder mooie woorden gepasseerd). Dan maar plan B uitgevonden: Via Mercedes (een ander dorp zo'n 300km verderop en tevens de hoofdtoegang tot Esteros del Iberá) over eveneens een 120km lange ongepaveide weg (waar, volgens de Argentijnen!?, meer vierwielers zouden passeren) naar Esteros. Na zo'n half uur werden we gepickuped door een pick-up. Geweldig (en goedkoop) om 200km vanachter in den bak tussen de watermeloenen te vertoeven! Dit bracht ons in Paso De Los Libres, een grensstad met als buur het veel grotere Urugaiana (Brazil). Dit overigens gore, gevaarlijke stadje bracht ons toch iets dichter bij ons doel, hoewel... Geen bussen de komde uren richting Mercedes en niet meer op de weg richting Mercedes (weer te ver afgezet!) Dan maar terug wandelen richting hoofdweg, zo'n 3km verderop (volgens Argentijnen dus opgepast). Onderwegen bij een soort wegenwerk-achtige cabine, ontmoetten we Elio (een 30-er die toevallig in Mercedes woont en hier werkt als bewaker, levende slagboom en wegverlichtingaansteker) en hij serveert ons onmiddelijk heerlijke maté. (begint er een verslaving aan te komen?) Na een kennismakend gesprek vertelt deze dat er tussen dit en een paar uur een kameraad (Cesar) zal passeren die ons wel wil afzetten in Mercedes, oef gered! Na 3 uur zeveren, drinken, de enige passagierstrein zien passeren, honden aaien en plaatselijke muziek luisteren, passeert Cesar (eindelijk) letterlijk. Hij rijdt ons en Elio gewoon voorbij, damn! Gelukkig bestaan er celulares (GSM) en kan Elio Cesar terughalen. Na een kaarsrechte baan (120km), onder een schitterende sterrenhemel en een kolossale maan, worden we afgezet in het centrum van Mercedes. ‘'Hier kunde gerust slapen'' waren de laatste woorden van Cesar... (Vreemd, vergelijk het met het centrum van Leuven, maar natuurlijk wel iets schraler). Aan de bewaker van het busstation gevraagd waar we onze tent eventueel konden neerpoten en inderdaad... op een pelouseke van 10m² tussen de 24u-shops kampeerden wel vaker gringos. Na nog een paar fleskes bier (1,2L) en mate met de bewaker en andere Mercedessen gedeeld te hebben, kropen we in onze carpa. Volgende dag voor de zekerheid (en door de drang naar het bereiken van het onbereikbare) maar een mini-bus gereserveerd naar Esteros. En zo geschiedde het ondenkbare en kwamen we maandag omstreeks de vieren aan in Esteros del Iberá. Snel ons hotelletje opgesteld en dan een lancha (speedboot) met bijhorende gids gereserveerd om dit natuurschoon te ontdekken. Echt ongelofelijk wat voor planten, 2- en 4-voeters er in deze lap (ongeveer den helft van België) Argentinië rondlopen. Gaande van waterlelies tot kaaimannen en van muggen tot capybaras (grootste knaagdieren ter wereld), alles ontdekten we op aai-afstand. ‘s Avonds onzen eerste asado (BBQ) klaargemaakt. Hieruit bleek echter dat we nog geen echte Argentijnen zijn. Het vlees was net goed genoeg gebakken voor den hond (natuurlijk hadden we een straathond als bewaker bij in de campingprijs). Dan maar lekker filosofisch afgesloten onder een stralende sterrenhemel met de nodige padden, muggen en vuurvliegskes. Volgende dag tamelijk vroeg gewekt door een Argentijnse drilboor (klinkt net hetzelfde als die van bij ons, terrible). Dan maar aan een wandeling of twee door het park begonnen. Hierbij botsten we op apen, hagedissen en ander gespuis dat we in ons Belgiënland niet zouden tegenkomen. In de late namiddag (tijdens de 4 uur!! durende siesta en dus héél kalm) ons toch aan een lift-avontuurtje gewaagd (al zittend op het terras van het enige cafeetje alias winkeltje) en hierbij heel veel geluk gehad (mag ook wel eens zeker). Wederom in een pick-up voor zo'n 110km. Jaja, voor wie goed opgelet heeft is dit 10km voor het einde van het zandweggetje. (Onze lift moest hier een andere pick-up depaneren, toch raar als je weet dat er een groot dorp alias Mercedes op 10km afstand is). Wij te voet verder in de hoop op een lift op deze filmwaardige zandweg. Na twee heroïsche kilometers kwam er een godsgeschenk aangereden (anders zouden we onze bus terug naar Santa Fe aan onze neus zien voorbijgaan) onder de vorm van wederom een pick-up. De bus op, de ogen dicht en hups we zaten in Santa Fe. Hier effe later hetzelfde vervoermiddel genomen en zo kwamen we terug bij onze vier helden uit Nelson...
Tot later beste vrienden...
En vergeet niet, alles wat je nu leert moet je in tweede zit niet meer leren!
Ne zalige Pasen en drie kussen,
Maxwim
Cataratas de Iguazu
Na ongetwijfeld de langste lift ooit (zo'n 500 km) en daarna de beste bus ooit kwamen we aan in Puerto Iguazu, de Argentijnse uitvalsbasis voor de watervallen en de locatie van onze door palmbomen omgeven jeugdherberg. Effe een half dagje relaxen en bronzen in het zonneke en hup naar de watervallen. Wij dachten hierbij aan 1 grote waterval, maar al snel bleek het om zo'n 300 watervallen te gaan over een lengte van 2600m. Als er een hemel op aarde bestaat, ligt de poort er naar toe in Iguazu! Deze schoonheid valt niet met woorden te beschrijven... De fotootjes (of zeg maar pareltjes) kan ik hier momenteel spijtig genoeg niet online zetten wegens pc's van voor het USB-tijdperk. Gedurende 2 dagen hebben we zowel de Argentijnse als de Braziliaanse kant van de watervallen gedaan. Ook hebbenwe letterlijk van de watervallen kunnen proeven doordat een bootje ons tot in een van de cataratas bracht.Verder ook nog typische beestjes (gordeldier, cautas, chicharra en oversizede hagedissen) leren kennen. Vandaag verlaten we Iguazu en trekken we richting het zuiden, naar een natuurgebied dichtbij de stad Mercedes met een ongelofelijk dierenrepertoire... FOTOOS VOLGEN